Fideel Blogt

Over de assertieve bedelaar en poepezitten

25 mei, 2008 · Laat een reactie achter

Vanaf er mensen enige vorm van rijkdom begonnen te vergaren, waren er anderen die al dan niet uit eigen wil niets deden en probeerden kruimels van die rijkdom op te vangen. Daklozen en bedelaars zijn ouder dan de straat en heb ik altijd een vreemd fenomeen gevonden. Ik kan me niet voorstellen dat ik, eenmaal aan lager wal geraakt, in een situatie terecht kom waarin ik het gewoon opgeef en me op me op het voedpad ga zetten. De enige reden die ik zie om in zo’n situatie terecht te komen is een filosofische waarbij je bewust afstand doet van al je bezittingen. Maar dan heb je toch bezittingen nodig om te overleven. En ik kan me niet voorstellen dat alle daklozen deze filosofie volgen.

In essentie heb je drie types daklozen/bedelaars (die ik voor het gemak gelijkstel want sommige bedelaars hebben wel een ‘dak’ en sommige daklozen zijn geen bedelaars).

  1. Je hebt de lakse bedelaar die staat, zit, ligt of zich voortbeweegt en zijn medemens veelal niet probeert te overtuigen iets in hun geldbakje te leggen. Soms staat er een bordje bij met “ik heb honger”, hebben ze een hond naast zich of een baby in de armen om het allemaal nog wat schrijnender te maken. Zeer verstandig om in zo’n geval aan gezinsuitbreiding te denken. Een bekende Gentse dakloze weigert zelfs giften en loopt voortdurend met plastic zakken langs de tramlijnen in de studentenbuurt. De man zou Antoon heten en heeft zelfs een fangroep op Facebook. Je moet een beetje mee zijn met je tijd, natuurlijk.
  2. De artistieke bedelaar probeert iets met een instrument, zijn stem of zijn lichaam te creëren dat door anderen mooi moet gevonden worden en hen moet aanzetten hen met geld te belonen. Vaak verstoren ze de muziek van mijn mp3-speler en ben ik daarom niet snel geneigd hen sympathiek te vinden. Wat ze brengen is dan ook nog eens van zo’n bedenkelijk niveau dat je ze eerder uit medelijden iets zou geven dan hen te belonen en dat ondanks het toelatingsexamen van de MIVB. Een uitzondering is het wellicht Spaanse of Latijns-Amerikaanse dametje dat ik vaak in de metrogang van Brussel-Centraal tegen het lijf loop en dat zo krachtig gitaar speelt en zingt dat ik er altijd gelukkiger van wordt als ze er staat. Op een dag koop ik een cd van haar. Op een dag geef ik haar een zaal in Gent. (Ik heb het hier voor alle duidelijkheid niet over muzikanten die even op straat willen spelen om wat te oefenen of voor de lol want mensen als Tom Barman en Vive la Fête hebben in het verleden ook op straat gezongen.)
  3. Dan heb je nog de assertieve bedelaar die je vriendelijk komt zeggen dat hij op straat leeft en geld nodig heeft om aan eten te geraken. Wanneer ze geen Nederlands kunnen, geven ze je een papiertje, wanneer ze er Belg uitzien en wel onze taal beheersen, zijn het mensen die vaak resultaten boeken. Je moet je er enorm voor verlagen maar het loont. Vandaag nog werd ik door een assertieve bedelaar – jong, lange baard, bijna zwarte handen – aangesproken in het station van Antwerpen. In zo’n geval kan ik het niet maken om hem niets te geven zonder me slecht te voelen, dus ik greep in mijn broekzak, probeerde geen 2-euro-stukken boven te halen en gaf hem iets in de buurt van anderhalve euro. In de 35 seconden die hij bij mij stond heeft hij zich 28 keer geëxcuseerd, wat het allemaal nog pijnlijker maakte en wat bij mij eerder een tegenwerkend effect teweeg bracht. In feite betaal je die mensen om je niet slecht te voelen, dus of je dat nu aan drank uitgeeft of aan bedelaars, het prijsverschil kan groot zijn.

bedelaar

Mijn beloning voor mijn ‘goede daad’ was een wagon met voor me en achter me kinderen die varieerden van drie tot zeven. Ach, het was fantastisch om Dylan ‘Absolutely Sweet Marie’ te horen zingen met een live achtergrondkoor van gesnotter, geschreeuw en gejoel. Ik had beter ‘The Kids’ van Lou Reed opgezet. Het waren dan nog West-Vlaamse kinderen want om de een of andere reden maken mensen uit die provincie meer lawaai dan anderen. Het voordeel aan treinen van en naar je werk is dat er gelijkgezinden rondom je zitten die de rust, die ik op dat moment hard nodig heb, van anderen respecteren. Ik zat ooit eens met een school West-Vlaamse, vrouwelijke 65-plussers op mijn vroege wagon en het gekwetter dat die produceerden oversteeg elke geluidsnorm in Vilvoorde. Ik verwijt die kinderen helemaal niets want ze kunnen er zelf niet aan doen. Een lange treinrit is tegennatuurlijk voor hen omdat je er niet goed kan slapen en nog minder kan bewegen. De ouders voor me hebben meer dan vijftig keer het werkwoord ‘poepezitten’ – een woord dat ik nog nooit had gehoord – gebruikt maar het maakte allemaal niet veel uit. Mocht de NMBS er nu eens over denken om sommige wagons te voorzien voor mensen die veel geluid willen of zullen produceren en andere die op hun gemak een boek willen lezen, zou dat al geen serieuze verbetering zijn? Ook ik heb recht op een aangename zondagnamiddag.

Categorieën: Beweging · Nonsens
getagged: , ,

0 reacties so far ↓

  • There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.

Laat een reactie achter